Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Faillissement aanvragen: procedure, curator en gevolgen

Een faillissement is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die een onderneming of particulier kan overkomen. Toch weten veel mensen niet precies wat een faillissement inhoudt, wie het kan aanvragen en wat er daarna gebeurt. In dit artikel leggen we begrijpelijk uit hoe een faillissement in Nederland werkt: van de aanvraag bij de rechtbank tot de rol van de curator en de verdeling van het geld onder schuldeisers. Ook lees je welke alternatieven er zijn, zoals een betalingsregeling, surseance van betaling of de WHOA. Na het lezen weet je wat je rechten en plichten zijn en waar je op moet letten als je zelf met een faillissement te maken krijgt — als ondernemer, werknemer of schuldeiser.

Wat is een faillissement precies?

Een faillissement is een algemeen beslag op het hele vermogen van een schuldenaar. De rechtbank spreekt het faillissement uit wanneer iemand “in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen”. In de praktijk betekent dat twee dingen: er zijn meerdere schuldeisers en minstens één vordering is opeisbaar en wordt niet betaald. Dit heet de pluraliteitseis.

Een voorbeeld: een cateringbedrijf heeft een onbetaalde rekening bij de groothandel én een huurachterstand bij de verhuurder. Beide leveranciers krijgen na herhaalde aanmaningen niets. Dat kan reden zijn om het faillissement aan te vragen.

Belangrijk om te weten: een faillissement is géén straf. Het is een ordelijke verdeelprocedure. Zonder faillissement zou de snelste schuldeiser met beslag het hele vermogen kunnen leeghalen; het faillissementsrecht zorgt ervoor dat iedereen naar rato aan de beurt komt.

Wie kan een faillissement aanvragen?

Er zijn drie mogelijkheden om een faillissement bij de rechtbank aan te vragen:

  • De schuldenaar zelf — een ondernemer of particulier die het niet meer redt, kan eigen aangifte doen.
  • Eén of meer schuldeisers — zij moeten wel aantonen dat er nog een andere schuldeiser is (de zogenoemde steunvordering).
  • Het Openbaar Ministerie — alleen bij zwaarwegend algemeen belang, bijvoorbeeld bij fraude.

De aanvraag door een schuldeiser loopt via een advocaat. De rechtbank behandelt de zaak meestal binnen enkele weken. De schuldenaar krijgt de kans te reageren en kan bijvoorbeeld alsnog betalen of om uitstel vragen om een regeling te treffen. Wordt het faillissement uitgesproken, dan verschijnt dit binnen enkele werkdagen in het Centraal Insolventieregister en — bij ondernemingen — in het Handelsregister van de KVK.

De rol van de curator en de rechter-commissaris

Zodra het faillissement is uitgesproken, benoemt de rechtbank een curator (bijna altijd een advocaat) en een rechter-commissaris die toezicht houdt. Vanaf dat moment verliest de failliet het beheer over zijn vermogen: hij mag niet meer zelfstandig over geld en bezittingen beschikken.

De taken van de curator zijn onder meer:

  • Het vermogen (de boedel) in kaart brengen en veiligstellen
  • Bezittingen verkopen, bijvoorbeeld voorraad, machines of een bedrijfspand
  • Openstaande facturen bij klanten innen
  • Arbeidsovereenkomsten opzeggen (met toestemming van de rechter-commissaris)
  • Onderzoek doen naar de oorzaken van het faillissement en naar mogelijk bestuurdersaansprakelijkheid
  • Verslag uitbrengen en uiteindelijk de opbrengst verdelen

De curator werkt niet voor de failliet én niet voor één schuldeiser, maar behartigt het belang van de gezamenlijke schuldeisers. Dat is een veelgemaakt misverstand: je kunt de curator dus niet inschakelen om jouw eigen vordering met voorrang te laten betalen.

Wie krijgt zijn geld terug? De rangorde van schuldeisers

De opbrengst van de boedel wordt verdeeld volgens een wettelijke volgorde. Vereenvoudigd ziet die er zo uit:

  • Separatisten — schuldeisers met pand- of hypotheekrecht, bijvoorbeeld de bank. Zij kunnen hun zekerheid uitwinnen alsof er geen faillissement is.
  • Boedelschulden — kosten die ná de faillietverklaring ontstaan, zoals het salaris van de curator, huur en loon over de faillissementsperiode.
  • Preferente vorderingen — onder meer de Belastingdienst (loon- en omzetbelasting), het UWV en achterstallig loon van werknemers.
  • Concurrente vorderingen — gewone leveranciers en dienstverleners met openstaande facturen.

Pas als een hogere categorie volledig is voldaan, komt de volgende aan bod. In de praktijk blijft er voor concurrente schuldeisers vaak weinig of niets over. Voor ondernemers is dat een belangrijke praktische les: werk met eigendomsvoorbehoud in je algemene voorwaarden, vraag een aanbetaling of stel zekerheden als je grote leveringen doet.

Gevolgen voor werknemers, ondernemers en particulieren

Werknemers hoeven niet meteen te vrezen voor hun laatste salaris. Het UWV neemt via de loongarantieregeling het achterstallige loon, het vakantiegeld en het loon over de opzegtermijn (maximaal dertien weken) over. Meld je daarvoor snel bij het UWV; de curator informeert het personeel meestal actief.

Ondernemers met een BV zijn in beginsel niet privé aansprakelijk: de BV is een aparte rechtspersoon. Dat verandert wel bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, bijvoorbeeld als de administratie niet op orde is of de jaarrekening te laat is gedeponeerd. Ook een privé afgegeven borgstelling voor een banklening blijft gewoon staan.

Particulieren en eenmanszaken hebben geen scheiding tussen privé- en zakelijk vermogen. Een persoonlijk faillissement eindigt niet automatisch met een schone lei: schulden die niet zijn betaald, blijven bestaan. Daarom is de Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen) meestal aantrekkelijker — die eindigt na ongeveer drie jaar wél met een schone lei.

Alternatieven: voorkomen is beter

Een faillissement is zelden de beste uitkomst. Er zijn serieuze alternatieven:

  • Betalingsregeling met schuldeisers of de Belastingdienst — vaak sneller en goedkoper dan een procedure.
  • Surseance van betaling — tijdelijk uitstel van betaling om de onderneming te reorganiseren.
  • WHOA (Wet homologatie onderhands akkoord) — hiermee kan een onderneming een dwangakkoord aan schuldeisers opleggen als de rechter dat goedkeurt, zonder faillissement.
  • Minnelijke schuldregeling of Wsnp voor particulieren, via de gemeentelijke schuldhulpverlening.

De belangrijkste tip: wacht niet te lang. Hoe eerder je aan tafel gaat met schuldeisers of een adviseur, hoe meer opties er nog zijn.

Conclusie

Een faillissement is een wettelijke procedure die het vermogen van een schuldenaar ordelijk verdeelt onder de schuldeisers. De rechtbank spreekt het uit, een curator beheert de boedel en de opbrengst gaat volgens een vaste rangorde naar de schuldeisers. Werknemers worden beschermd via het UWV, bestuurders van een BV lopen alleen risico bij onbehoorlijk bestuur, en particulieren hebben met de Wsnp een beter alternatief. Vraag je je af wat jouw positie is bij een dreigend faillissement — als ondernemer, werknemer of schuldeiser? Op polydoor.nl vind je meer heldere uitleg over ondernemersrecht, aansprakelijkheid en schuldsanering, zodat je op tijd de juiste stappen zet.

De informatie in dit artikel is van algemene aard en geen juridisch advies.

Leave a comment

0.0/5

E-mail
Password
Confirm Password