Vandaag, 11 september 2026, doet de Hoge Raad der Nederlanden uitspraak in een opmerkelijke belastingzaak die duizenden Nederlandse spaarders en beleggers raakt. Het gaat om de vraag of belastingplichtigen die vóór 2017 te veel vermogensrendementsheffing (box 3) hebben betaald over contant geld, alsnog aanspraak kunnen maken op rechtsherstel. Het antwoord van het Gerechtshof Amsterdam — dat de Hoge Raad nu moet beoordelen — was helder: nee.
Wat is het box 3-probleem?
Box 3 is de manier waarop de Nederlandse Belastingdienst inkomsten uit spaargeld, beleggingen en ander vermogen belast. Jarenlang werd daarbij uitgegaan van een fictief rendement: de Belastingdienst nam aan dat iedereen een bepaald percentage op zijn vermogen verdiende, ongeacht wat iemand in werkelijkheid aan rente of dividend ontving. Dat systeem leidde tot onrechtvaardige situaties, zeker in een periode van historisch lage rentes.
In december 2021 oordeelde de Hoge Raad in het baanbrekende Kerstarrest dat de box 3-heffing voor bepaalde belastingjaren in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De wetgever had te veel belasting geheven ten opzichte van het werkelijk behaalde rendement. Sindsdien is de discussie gaande: wie heeft recht op compensatie, en over welke jaren?
De zaak van vandaag: contant geld en de grens van 2017
De zaak die vandaag voor de Hoge Raad dient (rolnummer 26/00724), betreft een belastingplichtige die bezwaar maakte tegen de box 3-heffing over contant geld. Contant geld levert in de praktijk geen rendement op — het groeit niet en genereert geen rente. Toch werd het in het verleden door de Belastingdienst betrokken in de grondslag voor de vermogensrendementsheffing.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde in januari 2026 dat er voor de periode vóór 2017 geen ruimte is voor zogenaamd rechtsherstel. De Hoge Raad heeft na het Kerstarrest uitgemaakt dat rechtsherstel — het terugbetalen of verminderen van te veel betaalde belasting — alleen geldt voor de jaren 2017 tot en met 2022, de periode waarvoor massaal bezwaar was ingediend. Voor eerdere jaren staat de deur juridisch gezien gesloten, tenzij iemand tijdig en individueel bezwaar heeft gemaakt.
De belastingplichtige in deze zaak probeerde ook langs de weg van ambtshalve vermindering compensatie te krijgen. Ook dat slaagde niet: het hof stelde vast dat de Belastingdienst niet gehouden is om buiten de bezwaarperiode alsnog vermindering te verlenen voor jaren vóór 2017.
Wat betekent dit voor spaarders en beleggers?
De uitspraak van de Hoge Raad vandaag is richtinggevend voor iedereen die nog hoopte op compensatie voor te veel betaalde box 3-belasting in de jaren vóór 2017. De verwachting is dat de Hoge Raad de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam zal bevestigen, wat betekent dat rechtsherstel voor die periode definitief van tafel is.
Belastingplichtigen die in de jaren 2017–2022 géén bezwaar hebben gemaakt, hebben ook geen recht op automatisch rechtsherstel gekregen — tenzij hun aanslag nog niet onherroepelijk vaststond. Voor die groep loopt al langer een aparte juridische discussie.
Wie wél tijdig bezwaar heeft ingediend voor de jaren 2017–2022 én valt binnen de massaalbezwaarprocedure, kan aanspraak maken op de al uitgewerkte herstelregelingen van de overheid. De Belastingdienst heeft hiervoor een forfaitair stelsel ingevoerd dat beter aansluit bij de werkelijke verdeling van vermogen over spaargeld en beleggingen.
Box 3: nog steeds in beweging
Het box 3-dossier is daarmee nog lang niet gesloten. De overheid werkt aan een nieuw systeem waarbij belasting wordt geheven over het werkelijk behaalde rendement in plaats van een fictief percentage. Dit systeem — de zogenoemde vermogensaanwasbelasting — zou stapsgewijs worden ingevoerd, maar stuit op praktische en politieke bezwaren. De invoering is meerdere keren uitgesteld.
Intussen blijven rechtszaken over box 3 de rechters bezighouden. De Hoge Raad heeft eerder dit jaar ook prejudiciële vragen beantwoord over de vraag of belastingplichtigen heffingskortingen verliezen door box 3-correcties — een kwestie die nog steeds speelt.
Voor gewone spaarders is de boodschap van vandaag duidelijk: wie vóór 2017 te veel box 3-belasting heeft betaald zonder tijdig bezwaar te maken, heeft geen juridisch verhaal meer. De politieke druk om te komen tot een eerlijker en werkbaarder belastingstelsel blijft daarmee onverminderd groot.
De informatie in dit artikel is van algemene aard en geen juridisch advies.