Sinds 12 juni 2026 gelden in heel Europa nieuwe asielregels. Het Europees Asiel- en Migratiepact is na jaren van onderhandeling eindelijk in werking getreden. Voor asielzoekers, vluchtelingen én gewone burgers heeft dit pact verstrekkende gevolgen. Maar wat betekent het precies, en wat verandert er voor mensen die in Nederland asiel aanvragen?
Wat is het Europees Asiel- en Migratiepact?
Het Europees Asiel- en Migratiepact is een pakket aan Europese regels dat de lidstaten verplicht hun asielbeleid beter op elkaar af te stemmen. Het pact bestaat uit één richtlijn en negen verordeningen en heeft als doel om de instroom van migranten beter te beheersen, grensprocedures te versnellen en te voorkomen dat asielzoekers van het ene EU-land naar het andere trekken op zoek naar de gunstigste behandeling — een fenomeen dat ook wel ‘asylum shopping’ wordt genoemd.
De Nederlandse wetgever heeft de inhoud van het pact verwerkt in de Vreemdelingenwet 2000. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer stemden eerder dit jaar in met het uitvoeringswetsvoorstel, waarna Nederland klaar was om het pact per de Europese invoeringsdatum te hanteren.
Strengere grenscontroles en kortere procedures
Een van de meest opvallende wijzigingen is de invoering van een verplichte screening aan de buitengrenzen van de EU. Mensen die zonder geldige documenten de EU proberen binnen te komen, kunnen voortaan worden onderworpen aan een snelle grenscontrole van maximaal zeven dagen. Tijdens deze screening wordt onder meer de identiteit vastgesteld, een veiligheidscontrole uitgevoerd en beoordeeld of iemand kans maakt op asielbescherming.
Daarna volgt in bepaalde gevallen een versnelde grensprocedure. Voor mensen die afkomstig zijn uit landen met een lage erkenningstatus — de zogenoemde ‘veilige landen van herkomst’ — kan de asielprocedure worden doorlopen terwijl zij aan de grens of in een opvanglocatie nabij de grens verblijven. De reguliere procedure mag niet langer dan zes maanden duren; de versnelde variant niet langer dan drie maanden.
Minder mogelijkheden om door te reizen binnen Europa
Het pact introduceert ook striktere regels rondom het zogenoemde ‘doorreizen’. Asielzoekers die al in een ander EU-land zijn geregistreerd, kunnen in beginsel worden teruggestuurd naar dat land. Dit systeem is gebaseerd op het bestaande Dublin-principe, maar wordt nu op Europees niveau strakker gehandhaafd.
Concreet betekent dit dat iemand die eerder vingerafdrukken heeft afgegeven in Griekenland of Italië en vervolgens in Nederland asiel aanvraagt, kan worden teruggestuurd naar het eerste land van aankomst. Uitzondering hierop geldt als het betreffende land onveilige opvangomstandigheden kent of als er sprake is van kwetsbare omstandigheden, zoals gezinshereniging.
