Vanaf 1 januari 2026 handhaaft de Belastingdienst de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) volledig. Na jaren van uitstel en zachte landingen is de situatie nu serieus: zowel opdrachtgevers als zelfstandige ondernemers (zzp’ers) kunnen bij schijnzelfstandigheid te maken krijgen met forse naheffingen en boetes. Maar wat betekent dit precies? En hoe weet u of u correct werkt?
Wat is schijnzelfstandigheid?
Van schijnzelfstandigheid is sprake als iemand formeel als zzp’er werkt, maar feitelijk in een situatie verkeert die sterk lijkt op een dienstverband. De Belastingdienst kijkt niet naar wat er op papier staat — het gaat om de werkelijke situatie in de praktijk. Denk aan: werkt de zzp’er altijd voor dezelfde opdrachtgever, heeft hij of zij weinig vrijheid in werktijden of werkwijze, en loopt de zzp’er nauwelijks ondernemersrisico?
De rechter heeft in recente uitspraken — onder meer de Deliveroo- en Uber-zaken — negen criteria vastgesteld die bepalen of iemand echt zelfstandig is. Deze criteria draaien om vragen als: hoe hoog is het tarief, hoeveel opdrachtgevers heeft de persoon, draagt hij of zij zelf risico’s, en treedt de persoon naar buiten als ondernemer?
Wat verandert er in 2026?
Tot en met 2025 hanteerde de Belastingdienst een "zachte landing": opdrachtgevers die niet meteen aan de regels voldeden, kregen vaak eerst een waarschuwing. Dat is nu voorbij. Hoewel er in sommige gevallen nog steeds een waarschuwing vooraf komt, is volledige handhaving de norm. De Belastingdienst controleert vaker en strenger, en de verantwoordelijkheid ligt ook nadrukkelijker bij de opdrachtgever.
Een belangrijke ontwikkeling: minister Aartsen maakte in maart 2026 bekend dat het verduidelijkingsgedeelte van de VBAR-wet (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties) wordt geschrapt. De Zelfstandigenwet, die meer rechtszekerheid voor zzp’ers moet bieden, wordt op zijn vroegst in 2027 verwacht. Tot die tijd geldt de huidige wetgeving onverkort.
Wat zijn de risico’s?
De gevolgen van schijnzelfstandigheid kunnen groot zijn. De Belastingdienst kan loonbelasting en premies volksverzekeringen naheffen — en dat met terugwerkende kracht. Opdrachtgevers riskeren bovendien vergrijpboetes als zij wisten of hadden moeten weten dat er sprake was van schijnzelfstandigheid. Voor de zzp’er zelf kan het verlies van belastingvoordelen betekenen, waaronder de zelfstandigenaftrek.
Concreet: als u als bedrijf een zzp’er inhuurt die feitelijk als werknemer functioneert, kan de Belastingdienst u aanslaan voor het werkgeversdeel van de loonheffingen. Dat kan al snel om aanzienlijke bedragen gaan, zeker als de samenwerking al langere tijd loopt.
Hoe toont u aan dat u echt zelfstandig bent?
Er zijn concrete stappen die zowel zzp’ers als opdrachtgevers kunnen nemen om hun positie te versterken:
Voor zzp’ers: Zorg voor meerdere opdrachtgevers, bouw een zichtbaar ondernemerschap op (eigen website, KvK-inschrijving, zakelijke aansprakelijkheidsverzekering), en werk bij voorkeur met een tarief boven de €38 per uur. Laat ook in de praktijk zien dat u zelfstandig beslist over hoe en wanneer u uw werk uitvoert.
Voor opdrachtgevers: Gebruik een modelovereenkomst die is goedgekeurd door de Belastingdienst, leg schriftelijk vast welke vrijheid de zzp’er heeft, en controleer of de feitelijke samenwerking ook klopt met de papieren afspraken. Beoordeel de relatie periodiek opnieuw.
Goedgekeurde modelovereenkomsten
De Belastingdienst stelt modelovereenkomsten beschikbaar die opdrachtgevers en zzp’ers kunnen gebruiken als basis voor hun samenwerking. Het gebruik van zo’n modelovereenkomst geeft zekerheid — mits de werkwijze in de praktijk ook overeenkomt met wat er in de overeenkomst staat. Een goedgekeurde overeenkomst op papier, maar een feitelijk dienstverband in de praktijk, biedt geen bescherming.
Wat kunt u nu doen?
Nu de handhaving echt op stoom is gekomen, is het verstandig om uw huidige samenwerkingen kritisch tegen het licht te houden. Vraag uzelf af: voldoet deze samenwerking aan de negen criteria? Is er sprake van echte zelfstandigheid? Als u twijfelt, is het raadzaam om juridisch advies in te winnen voordat de Belastingdienst aanklopt.
Het is ook mogelijk om via de Belastingdienst zelf een beoordeling aan te vragen over uw specifieke situatie. Dit biedt vooraf zekerheid, wat in de huidige handhavingsomgeving veel waard is.
Conclusie
De volledige handhaving van de Wet DBA in 2026 is geen loze dreiging meer. Zowel zzp’ers als opdrachtgevers doen er goed aan hun samenwerkingen zorgvuldig te beoordelen en zo nodig aan te passen. Schijnzelfstandigheid heeft niet alleen financiële gevolgen, maar kan ook leiden tot onzekerheid voor alle betrokken partijen. Wie nu actie onderneemt, voorkomt problemen later.
De informatie in dit artikel is van algemene aard en geen juridisch advies.
