Stel je voor: je hebt je hele leven weet gehad dat je een biologisch kind bent van iemand die niet op je geboorteakte staat. Die persoon overlijdt en laat een erfenis na. Tot voor kort betaalde je als biologisch kind in zo’n situatie veel meer erfbelasting dan een juridisch erkend kind. Dat is per 1 januari 2026 veranderd. In dit artikel leggen we uit wat er is gewijzigd en wat dit voor jou kan betekenen.
Het verschil tussen een biologisch en juridisch kind
In het Nederlandse recht bestaat een onderscheid tussen een biologisch kind — een kind dat genetisch afstamt van een ouder — en een juridisch kind — een kind dat officieel in familierechtelijke betrekking staat tot die ouder. Dat laatste is het geval als de ouder op de geboorteakte staat vermeld, het kind heeft erkend, of het kind heeft geadopteerd.
In de praktijk zijn er situaties waarin iemand biologisch afstamt van een persoon, maar nooit juridisch als kind is erkend. Denk aan kinderen die geboren zijn buiten een relatie om, of gevallen waarbij een vader zijn kind nooit formeel heeft erkend. Tot 2026 had dit grote financiële gevolgen bij een erfenis.
Hoe werkte de erfbelasting vroeger voor biologische kinderen?
Voor de erfbelasting maakt het veel uit in welke “tariefgroep” je valt. Juridische kinderen vallen in tariefgroep I: zij betalen 10% erfbelasting over de eerste €152.368 (bedrag 2026) en 20% over het meerdere. Bovendien hebben zij recht op een hoge vrijstelling van ruim €23.000.
Biologische kinderen zonder juridische band vielen tot 2026 in tariefgroep II — dezelfde groep als vreemden. Zij betaalden 30% over de eerste €138.642 en 40% over het meerdere, met een vrijstelling van slechts €2.658. Het verschil in belastingdruk kon bij een gemiddelde erfenis oplopen tot tienduizenden euro’s.
Wat zei de rechter?
De Hoge Raad — de hoogste rechter van Nederland — oordeelde dat dit onderscheid in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het recht op gezinsleven en het discriminatieverbod verzetten zich tegen een zo groot financieel verschil dat uitsluitend is gebaseerd op het ontbreken van een juridische erkenning.
De Hoge Raad liet het aan de wetgever over om een oplossing te bedenken. Het kabinet greep dit aan om met ingang van 1 januari 2026 de Successiewet 1956 aan te passen.
De nieuwe regel: gelijkstelling per 2026
Vanaf 1 januari 2026 worden biologische kinderen — ook als zij geen juridische band hebben met de overledene of schenker — gelijkgesteld met juridische kinderen voor de erf- en schenkbelasting. Dit betekent:
- Recht op het lagere tarief van 10–20% (tariefgroep I)
- Recht op de hogere vrijstelling van ruim €23.000
- Gelijke behandeling bij schenkingen tijdens leven
Dit geldt ook voor kinderen die al vóór 2026 zijn geboren, zolang het overlijden of de schenking plaatsvindt ná 1 januari 2026.
Hoe bewijs je dat je een biologisch kind bent?
Omdat de gelijkstelling gevolgen heeft voor de belastingdruk, stelt de wet een bewijseis. Een biologisch kind dat aanspraak wil maken op de gunstigere tarieven, moet aantonen dat de overledene of schenker zijn of haar biologische ouder is. Dit kan met een DNA-test. Andere bewijsmiddelen kunnen ook worden geaccepteerd, maar de DNA-test is de meest directe route.
Praktisch gezien kan dit soms lastig zijn — zeker na overlijden. Het is verstandig om tijdig actie te ondernemen als je vermoedt dat je biologisch afstamt van iemand die een nalatenschap heeft achtergelaten.
Wat als de erfenis al vóór 2026 is afgewikkeld?
De nieuwe regel geldt alleen voor overlijdens en schenkingen ná 1 januari 2026. Heeft de overledene vóór die datum zijn of haar nalatenschap achtergelaten? Dan gelden de oude regels. Er is geen terugwerkende kracht. Biologische kinderen die in het verleden te veel erfbelasting hebben betaald, kunnen dit helaas niet terugvorderen op basis van de nieuwe wet.
Andere wijzigingen in de erfbelasting per 2026
De wetgever heeft tegelijkertijd nog een aantal andere aanpassingen doorgevoerd in de Successiewet:
- Langere aangiftetermijn: De termijn voor het doen van aangifte erfbelasting is verlengd van 8 naar 20 maanden na overlijden. Dit geeft nabestaanden meer tijd om alles te regelen.
- Tegengaan belastingontwijking: Bij partners met een sterk ongelijke vermogensverdeling wordt voor de erfbelasting uitgegaan van een 50/50 verdeling van het gezamenlijk vermogen, om constructies te voorkomen.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je biologisch kind van iemand van wie je verwacht te erven, maar is er nooit een juridische erkenning geweest? Dan is dit het moment om na te denken over je positie. De nieuwe wet biedt kansen — maar vereist ook bewijs en tijdige actie.
Het is verstandig om in gesprek te gaan met een notaris of een juridisch adviseur, zeker als de situatie complex is (denk aan meerdere kinderen, huwelijken, of onbekende vaders). Zij kunnen helpen om de erfbelasting correct te berekenen en aangifte te doen binnen de nieuwe termijn van 20 maanden.
Conclusie
De wetswijziging per 1 januari 2026 is een belangrijke stap richting eerlijkere behandeling van biologische kinderen in het Nederlandse erfrecht. Wat eerder leidde tot een fors hogere belastingrekening, wordt nu rechtgetrokken. Biologische kinderen zonder juridische band worden voortaan gelijkgesteld aan erkende kinderen — mits ze hun afkomst kunnen aantonen. Een significante verandering die voor veel mensen financieel een groot verschil kan maken.
De informatie in dit artikel is van algemene aard en geen juridisch advies.
